Dit artikel is gratis.

Onlangs maakte Lodewijk van Oord (1977) bekend de schrijver achter het fenomeen Evi Aarens te zijn. Het ingenieuze spel dat hij de afgelopen jaren speelde, draagt bij aan de gelaagdheid van het indrukwekkende epos Fausta, waarin een jonge dichteres door grootheden uit de wereldliteratuur wordt onderwezen in de kracht van een goed verhaal.

De laaglandse literaire wereld was de afgelopen jaren in de ban van het raadsel rondom de jonge dichter Evi Aarens (2000), die uit het ogenschijnlijke niets het poëzietoneel bestormde. Ze debuteerde met de ambitieuze bundel Disoriëntaties (2021), bestaand uit maar liefst 211 sonnetten, die bol stonden van de intertekstuele referenties. Het riep bij velen de vraag op hoe zo’n jonge vrouw zo’n imponerend bouwwerk op papier kon toveren: ging achter de naam van deze vrouw stiekem niet toch een oudere dichter schuil?

Na vijf jaar vol wilde speculaties verschijnt nu Fausta, een minstens net zo ambitieuze bundel. Deze keer koos de dichter voor de vorm van een epos, waarin de lyrische ik, Evi Aarens genaamd, wordt bezocht door Kalliope, muze van het schrift. Zij doet de dichter een aanlokkelijk aanbod: ze geeft Evi het talent een episch dichtwerk te schrijven, maar alleen als zij nooit iemand zal vertellen wie zij werkelijk is.

Evi gaat akkoord, en zo begint een lange reis langs grootheden uit de Middelnederlandse literatuur die haar mogelijk inspiratie kunnen brengen: van de sluwe vos Reynaert naar ridder Elegast naar kosteres Beatrijs. Ook uit de Griekse mythologie komen bekenden langs, onder wie Helena en Penelope, maar ook dichteres Sappho. Allemaal brengen ze haar hun eigen wijsheden bij, die de jonge Evi leergierig in zich opneemt.

Ook Fausta staat, kortom, bol van de intertekstuele referenties, waarbij ook de titel van de bundel niet over het hoofd gezien mag worden. Wanneer de sage over de Duitse magiër en medicus ter sprake komt, geeft Evi aan zich in zijn levensverhaal te herkennen: ook zij is op zoek naar wezenlijke kennis en komt daarbij allerlei markante figuren tegen.

Tegelijkertijd zoekt Evi naar manieren om toch onder het monsterpact van haar anonimiteit uit te komen – en met succes: in het slotakkoord van de bundel verschijnt een nieuwe dichter die onthult dat hij Evi Aarens heeft bedacht. De eerste letter van de laatste zinnen van de bundel vormen samen de tekst BIJ LODEWIJK, verwijzend naar schrijver Lodewijk van Oord, die rondom de verschijning van Fausta onthulde de auteur achter het fenomeen Evi Aarens te zijn.

Het mysterie dat Van Oord de afgelopen jaren zorgvuldig opbouwde, vormt zo een extra laag, die Fausta nog meer de moeite van het lezen waard maakt. Niet alleen stroomden de zinnen ogenschijnlijk moeiteloos uit zijn pen, ook opent hij het gesprek over het belang dat vandaag de dag aan de identiteit van een auteur wordt gehecht. Daarmee zou je Fausta kunnen lezen als een kunstzinnig geformuleerde kritiek op de navelstaarderij waaraan schrijvers zich tegenwoordig nogal eens schuldig maken: men zou zich, alvorens de pen ter hand te nemen, wel wat meer mogen verdiepen in al het moois dat al eens verschenen is.

Lees ook het interview met Lodewijk van Oord naar aanleiding van de onthulling van de identiteit van Evi Aarens.

Fausta is een aanstekelijke vertelling over de liefde voor verhalen. Voor meer ervaren lezers zullen de vele passanten prettige bekenden zijn; voor beginners bieden zij een mooie eerste kennismaking met enkele belangrijke personages uit de wereldliteratuur. Met de ontmaskering van Evi Aarens zijn de Nederlandse letteren een mysterie armer, maar een schitterend epos rijker.