Dit artikel is gratis.

Al geruime tijd verricht Yves T’Sjoen (1966) baanbrekend detailonderzoek naar het werk van de Zuid-Afrikaanse dichter, schilder, (dagboek)schrijver en politiek denker Breyten Breytenbach (Bonnievale 1939 – Parijs 2024). Na publicatie van het notitieboek Breyvier (2023) en de opstellenbundel Kwintet (2023) voegde T’Sjoen een derde luik toe aan zijn lopende Zuid-Afrikastudie, met name De ontdekking van het eiland . Zoals de ondertitel breytenbachiana suggereert, is het exclusief gewijd aan Breytenbach, wiens zelfportretten het omslag sieren.  

Als lid van het ANC en stichtend lid van de (buitenlandse) ondergrondse verzetsbeweging Okhela (sinds 1972 tot zijn arrestatie in Johannesburg in 1975) was Breytenbach een militante anti-apartheidsactivist (wat hij mentaal ook daarna bleef). Daarover – én over de rol van Danielle Mitterrand – bericht hij minutieus in zijn gevangenisboek The True Confessions of an Albino Terrorist (1984, vert. De ware bekentenissen van een witte terrorist). Bovendien was hij (mede)bedenker van het in 1992 op het voormalige slaveneiland Gorée gevestigde GORIN-Instituut, dat hijzelf omschrijft ‘als een onafhankelijke, Afrikaanse non-gouvernementele organisatie met een pan-Afrikaanse gerichtheid’ in The Memory of Birds in Times of Revolution (vertaald als Denkend vuur, 1996).  

In T’Sjoens eilandboek krijgen de opzet van het GORIN, de spraakmakende Dakar-conferentie (1987) en Breytenbachs positionering in een transnationaal (Afrikaans, Engels, Nederlands en deels Franstalig) polysysteem de volle aandacht. Er wordt bovendien uitvoerig ingegaan op door hem beïnvloede Nederlandse auteurs/dichters als H.C. ten Berge, Henk van Woerden, Esther Jansma en Adriaan van Dis, die net als Frans Kellendonk, Krijn Peter Hesselink en Laurens Vancrevel werk van Breytenbach in het Nederlands beschikbaar hebben gesteld.

De ontdekking van het eiland bestaat, op een verhelderend ‘Woord vooraf’ en een wervende ‘Uitleiding’ van Louise Viljoen en Andries Visagie na, uit vier delen. Daarvan zoomt het tweede deel (‘Breytenbach en het verzet’) in op Breytenbachs activistische engagement. T’Sjoen gaat in op de omstreden rol van Berend Schuitema bij Breytenbachs arrestatie en de bemiddeling door academicus Hendrik van der Merwe Scholtz bij zijn vervroegde vrijlating in 1982, al komt in de ‘tweespraak’ tussen T’Sjoen en Alwyn Roux Breytenbachs ‘betrokkenheid’ bij Okhela evenzeer aan bod.  

De rode draad in ‘Breytenbach en de Lage Landen’, ‘Breytenbach en Afrika’ en ‘Breytenbach en vertaling’ is de onverdroten inspanning van de dichter om het veelkantige concept ‘Afrikaanse identiteit’ nader te omschrijven. Het gaat, zo blijkt telkens weer, om een fluïde, veranderlijke, niet-nationalistische identiteit. In zijn gedichten en proza heeft hij sinds zijn Nederlandse debuut Skryt. Om ’n sinkende skip blou te verf (1972, met een nawoord van H.C. ten Berge) een sprankelende beeldentaal ontwikkeld die zijn ‘aan metamorfose en herziening blootgestelde bepaling van identiteit’ vertolkt. Niet toevallig spelen vogels/veren en spiegels een opmerkelijke rol in zijn (beeldend) werk en heeft hij het in Terugkeer naar het paradijs (1993) over ‘vogelheid’. Met volgende paradoxale gedachte als toemaat: ‘Ballingen zijn nomaden van de realiteit die niet hoeven te planten of te zaaien’.  

Zowel in zijn journaals als memoires, onder meer in Notes from the Middle World (2009, vert. Berichten uit de middenwereld), construeert Breytenbach een denkbeeldige ‘Middenwereld’, een liminale tussenwereld waarin ballingen, nomaden en ontwortelden zich thuis voelen. Een voorstelling die spoort met ‘de wisselende, steeds meer gefragmenteerde identiteit van de dichter’. Het is zijn taak om Afrika eigenzinnig te ‘verbeelden’, wars van elke zweem van imperialistisch denken, in het spoor van visionaire intellectuelen als Kwame Nkrumah (Ghana) en Robert Sobukwe (leider van het PAC). T’Sjoens genuanceerde verkenning heeft, in de woorden van Louise Viljoen, ‘die potensiaal om ’n belangrike groeipunt te word vir verdere ondersoek’.

-----

Prof. Johan Braeckman ging voor De gedachtenstreep, het boekenprogramma van het Humanistisch Verbond in gesprek met Yves T'Sjoen over zijn Breytenbach-publicaties: