In zijn Dagboek van een dichter noteert Leonard Nolens: ‘Misschien is dat het enige spectaculaire wat een dichter in deze tijd nog kan doen: een taal van de intimiteit uitvinden, een verstild spreken tegen de bombast van de reclame in, tegen het pathos van politieke slogans, tegen de dorheid van economische analyses, tegen de sensationele waan van het werkelijkheidsonderricht dat kranten en media ons denken te geven.’ Wat Nolens hier overdenkt – de dichter die zich ver verwijderd houdt van de waan van de dag die snelheid hoog in het vaandel voert – geldt evenzeer en even nadrukkelijk voor Jo Gisekin. In 2003 publiceerde zij in een beperkte bibliofiele oplage van honderd exemplaren Geur van veel intiems. De reeks werd, in een lichtjes uitgebreide versie, onder de afdelingstitel ‘Textuur’ weer opgenomen in de eind 2012 verschenen bundel Dooitijd. Met de enig mooi vormgegeven editie De witte pauw uit 2014, gedichten bij foto’s van Annouk Westerling, tekent Gisekin de lijnen van haar poëtische Werdegang verder uit binnen het raamwerk van de in haar poëzie terugkerende thema’s en de beheerst aangewende structurerende en poëticale stijlmiddelen.

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: