Het meest opvallende in de nieuwe uitgave van de Verzamelde gedichten van H.H. ter Balkt ( °1938) is een bundel met jeugdgedichten, Elektronen. Hij is vooraan in Hee hoor mij Ho simultaan op de brandtorens opgenomen en neemt zo’n honderd pagina’s in beslag. De verzen stammen uit de periode 1953-54 toen de dichter vijftien-zestien jaar oud was. Het zou nog vijftien jaren duren vooraleer hij in 1969 onder het pseudoniem Habakuk II de Balker zou debuteren. Met deze Boerengedichten bleek hij meteen zijn eigen thematiek en stem gevonden te hebben: de natuur is zijn materie, niet de liefde of de mens en diens innerlijk buizenstelsel; de gedichten zijn intertekstueel vastgeklonken aan andere poëzie, en elke regel is een stomp in de maag, vol uitroepen en aanroepingen. Ze vermengen stijlregisters van spreektaal tot psalm en vormen een soort lyrische donderpreken.

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: