Dit artikel is gratis.

In Ik leg de avond in een la exploreert Nobelprijswinnaar voor Literatuur Han Kang (1970) existentiële thema’s waarin de melancholie van overgangsmomenten vanuit verschillende perspectieven wordt belicht. Het is de eerste hedendaagse Koreaanse dichtbundel die in zijn geheel in het Nederlands is vertaald. De vertaling werd verzorgd door Mattho Mandersloot.

Han Kang (1970) studeerde Koreaanse literatuur aan de Yonsei Universiteit in Seoel, Zuid-Korea. Ze won verschillende nationale en internationale prijzen voor haar werk, waaronder de International Man Booker Prize voor De vegetariër. In 2024 won ze de Nobelprijs Literatuur ‘voor haar intense poëtische proza, dat historische trauma's onderzoekt en de kwetsbaarheid van een mensenleven blootlegt.’

De beleving van de bundel begint al bij het in handen nemen ervan: de hardcover is gebonden in een blauw textiel dat de kleur van avondval en dageraad tactiel maakt. De letter ‘o’ in ‘avond’ is opgedeeld in twee helften, een zilveren en een zwarte, als van een halve maan. De lezer wordt aan de hand van deze visuele en tastbare aanwijzingen ingeleid in deze bundel waarin scharniermomenten en contrasten centraal staan: leven en dood, ochtend en nacht, zwart en wit.

Kang, tegenwoordig vooral bekend als romanschrijver, zette in 1993 haar eerste literaire stappen als dichter. Ik leg de avond in een la is haar enige dichtbundel tot nu toe en werd uitgegeven in 2013. De bundel is opgedeeld in vijf hoofdstukken die telkens een overkoepelend thema hebben, met als rode draad lichamelijkheid. De lezer wordt geconfronteerd met krakende knieën, een pompend hart en bloedende ogen. De lichamen die voorkomen in de bundel zijn zowel kwetsbaar als weerbarstig, zoals we lezen in het gedicht ‘Anatomisch theater 2’:

Uitgemergeld
van huid en vlees ontdaan
en de omgekeerde driehoek van mijn bekken helemaal leeg.
De eerste tussenwervelschijf boven mijn heiligbeen
teder en versleten als de maansikkel.

Delicate botten
eeuwig statisch
bestand tegen rotting.

De lyrische ik navigeert aan de hand van sober taalgebruik tussen ervaringen gekoppeld aan hartzeer, een lichaam in verval en de wisseling van seizoenen. Kang doet dit met een kille precisie en laat tegelijk ruimte voor verstilling toe aan de hand van enjambementen en witregels. In het gedicht ‘Een greep verhalen 12’ komt deze aanpak sterk tot uiting: ‘Sommige vormen van verdriet zijn zo hard en droog dat ze lijken / op ruwe edelstenen waar je met geen mes in kunt snijden.’

In deze bundel slaagt Kang erin om spanning op te bouwen via contrasten: ‘Ik open mijn lippen, en dan / leer ik / ze hermetisch af te sluiten’ en vergankelijke momenten aangrijpend te verwoorden. Naast melancholie is er ook ruimte voor troost. Gedichten rond moederschap bieden zowel de lyrische ik als de lezer soelaas, wat het duidelijkst zichtbaar is in ‘Het komt goed’:

Pas na mijn dertigste kwam ik erachter
wat ik moet doen
wanneer mijn binnenste begint te snikken
Doen alsof ik een jammerend kind in de ogen kijk
terwijl tranen als zout schuim over zijn wangen rollen
en zeggen
Het komt goed.

Met verzen doordrongen van levenservaring zet Kang op een scherpe en kwetsbare wijze overgangsmomenten neer in Ik leg de avond in een la.