Ik vind begeerte, zeker op haar lelijkst, onderschat. Het is in elk geval een gulzigheid die ik nodig heb. Gepaard gaande met deze gulzigheid, meteen ook haar onderbuik: ambitie, afgunst, obsessie, maar dat mijd ik niet. Daarmee wil ik niet gezegd hebben dat zo’n honger per se leidt tot goed schrijven, maar verregaand en vies verlangen overstemt vaak de onzekerheid en haar verlamming: het trapt de wielen aan van de aanmoediging. Daarnaast is het vooral, zoals altijd, een kwestie van doorzettingsvermogen, en ook dat is een staat die ik koester: andermans werk lezen, veel lezen, voorbeelden vinden, weten wat je hoopt te bereiken, de steen achterna springen waarmee je de diepte peilt, of dit proberen, blijven zwemmen richting het onderwerp van je begeerte. Ik heb geleerd blij te zijn te hunkeren en dromen.
Dit artikel is enkel voor abonnees
Om verder te lezen op poeziekrant.be:
- meld je aan als abonnee
- of neem een abonnement
- of koop dit artikel voor €3