Het interview met Ellen Deckwitz (1982) vindt plaats op een donkere avond, op de bank in haar appartement in Amsterdam, met een tafel vol kaarsen voor de sfeer. Binnen al die gemoedelijkheid komen de woorden vanzelf en zo gaat het gesprek over leven, dood, politiek, liefde en vooral over metamorfosen, want ‘voor dit soort interessante tijden is er geen toepasselijker thema’. Adaptatie is al een breed thema in haar werk. ‘Hoe pas je je aan een koloniaal verleden aan? Of aan je rare familie? Of aan klimaatverandering? Ik heb veel over de dood geschreven, over Nederlands-Indië. De liefde is een klein beetje het ondergeschoven kind geweest, zeker de volwassen liefde. Nu staat centraal hoe je omgaat met iets wat eigenlijk alleen maar mooi en lief zou moeten zijn.’ Ellen Deckwitz neemt ons in haar bundel mee in een metamorfose: van ‘Op een dag’ door negen gedichten naar ‘de geur van verse urine’.

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: