Dit artikel is gratis.

Astrid Roemer was 79 toen ze vorige maand overleed in Suriname (Paramaribo, 8 januari 2026), het land waar ze zich weer had gevestigd na vele omzwervingen. Het is de vraag of we Roemer een migrant kunnen noemen, of beter een nomade of zelfs ‘een vluchter’, zoals Maria Vlaar het verwoordde. Behalve afwisselend in Nederland en Suriname woonde ze ook in Gent en jarenlang in Schotland.

Astri Roemer (c) Raúl Neijhorst - CC-BY-SA 4.0
Astrid Roemer (c) Raúl Neijhorst - CC-BY-SA 4.0

Niet lang voor haar overlijden had Roemer in een radio-interview te kennen gegeven dat ze nog vele boeken wilde schrijven. Nog een heel oeuvre erbij wensen: het tekent de ambitie van de Surinaamse schrijfster, die vanaf haar debuut een invloedrijke stem had in de Nederlandstalige letteren. Een grillige stem ook, waarmee ze soms paradoxale posities innam. Zo zei ze niet geëngageerd te zijn, maar schreef ze drie prachtige politieke allegorische romans over de onafhankelijkheid van Suriname in de trilogie Onmogelijk moederland. En zo schreef ze ook tegen het geweld van patriarchale en ondemocratische systemen (in haar romans zijn familie- en liefdesrelaties steevast politiek geladen), maar verdedigde ze wel de veroordeelde president Desi Bouterse.  Die ongrijpbaarheid was ongetwijfeld opzet. Roemer liet zich niet betrappen op eenduidige meningen, of het moet haar sterke antiracisme zijn geweest in de jaren zeventig en tachtig. ‘ Niet iemand die de vorm afstemt om als reclametoeter voor het Caraïbisch gebied te fungeren’, zoals de Caribische literatuurspecialist Michiel van Kempen het samenvatte. Ze schreef fictie waarin ze uiteenlopende stemmen, opinies en posities contrasteerde en op losse schroeven zette. Dat deed ze in zinnen en verhalen die ontsnapten aan iedere structuur en steevast een unieke vorm hadden: een vorm van subversie op zichzelf.

Het maakt Roemer tot een belangrijk postkoloniaal auteur, ook in de internationale context. Er zijn geen andere Caribische auteurs te vinden die helemaal tot op zinsniveau steeds weer laten zien hoe imperialistische geschiedenis, migratie, taal en politiek doorwerken in mensenlevens in de voormalige kolonie. Van belang is ook dat zij nadrukkelijk als vrouw over (zwarte) vrouwen en over klasse schreef. Ze liet steeds zien hoe het trauma van slavernij en migratie doorwerkte in seksualiteit en liefdes- en gezinsrelaties, bijvoorbeeld in haar spraakmakende roman Over de gekte van een vrouw (1982). Roemer vergeleek haar werk met de inheemse religie winti. Het jargon van winti-genezers bestaat volledig uit metaforen, die verwijzen naar zaken die slechts als ‘sporen’ bestaan. Roemer beschreef winti met een mooie paradox als ‘ an invisble substance’ – een overlevingsstrategie met oude wortels en een politieke, revolutionaire kracht; een wijze van communiceren in de tijd van de slavernij. Dit definieert zij als een ‘writing back’.

Ondanks de lokale geworteldheid van haar werk maakten haar romans Roemer in eigen land, waar de lezers weinig literair getraind waren, niet populair. En ook in Nederland moesten recensenten wennen aan haar ongebruikelijke proza. Zelf plaatste ze zich in haar dankwoord bij de P.C. Hooft-prijs (2016) nadrukkelijk in een traditie van autonomie, van een schrijven over ‘de oorspronkelijkheid der dingen’. Ineen interview in NRC Handelsblad zei ze in hetzelfde jaar: ‘Ik maak sculpturen van taal’. Het is een zin die we eerder van een dichter dan van een prozaïst verwachten. In zekere zin is Roemer ook de dichter gebleven die ze was toen ze debuteerde met de bundel Sasa mijn actuele zijn (1970) onder het Swahili peusodiem Zamani. Juist in dat vroege, poëtische werk is het onderzoek naar de implicaties van de koloniale situatie het meest expliciet. Sasa bevatte nadrukkelijk nationalistische gedichten en ze schreef in het voorwoord met een toen nog wat gebruikelijkere term: ‘Wij belijden vol trots onze afkomst van Afrikaanse n*s, onze historie van vrijgevochten slaven en ons zijn als zwarte Surinamers.’ Was Sasa een felle en sterk politieke bundel zoals er meer verschenen in de jaren voor de onafhankelijkheid van Suriname in 1975, dan zijn de twee bundels die daarna verschenen, En wat dan nog?! en Noordzeeblues, genuanceerder.

Wil je graag Astrid Roemer zelf aan het woord horen? Bekijk dan het interview dat programmamaker Ianthe Mosselman (De Balie, 2020) hield met Astrid Roemer over haar oeuvre aan de hand van fragmenten uit haar werk: