In de uitgebreide afdeling ‘geheue’ (‘geheugen’), opgenomen in de bundel Mede-wete (2014 – het jaar daarop verschenen in een tweetalige Nederlands-Afrikaanse versie onder de titel Medeweten), heeft ANTJIE KROG het onder meer over de verhouding tussen mens en universum: ‘ons heers nie oor plante / en dieren nie ons moet ophou / dink die aarde /is op knegskap gegrond / soos lug behoort grond / aan niemand nie’. Gaat het hier in eerste instantie nog over het eigendomsrecht (blijvend een heikel probleem in haar geboorteland), in een bredere context gaat het gedicht over de menselijke hybris, over de manier waarop de mens zich is gaan opstellen tegenover zijn omgeving. In het gedicht ‘mirakel’, intrigerend door de herhaling van de klassiek geworden strofes ‘ek behoort aan hierdie land / dit het my gemaak // ek het geen ander land / as die land nie’, schrijft zij: ‘ons is besig om die prooi van onsself te word / vasgevang in hebsug en ’n onvermoë tot visie’. In haar nieuwe bundel O Brose Aarde. ’n Misorde vir die Nuwe Verbond, door Robert Dorsman en Jan van der Haar in het Nederlands vertaald onder de titel Broze aarde. Een mis voor het universum, confronteert Krog ons met de verantwoordelijkheid die wij nu eindelijk wel eens moeten gaan opnemen. Aan haar inzet als schrijfster zal het zeker niet gelegen hebben als een en ander dan toch fout blijkt te zijn gelopen.
Dit artikel is enkel voor abonnees
Om verder te lezen op poeziekrant.be:
- meld je aan als abonnee
- of neem een abonnement
- of koop dit artikel voor €3