Aan Het omber en het oker, de zesde dichtbundel van Paul Rigolle (1953), gaat onder meer dit citaat vooraf uit de Brieven aan Plinius van Marleen De Crée: ‘Een huis op de wind van het woord. / wonen is een tijd van keren. / maar ik breek open.’ En al even bepalend voor de verzen van Rigolle zijn de er onmiddellijk aan voorafgaande woorden van Hester Knibbe: ‘Doe al wat afleidt weg, de poespas / eromheen voor je begint. Behoud alleen / onzekerheid of je wel woorden vindt / voor wat je drijft.'

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: