Dit artikel is gratis.

In de jaren tachtig bestond er een reeks verzameldubbelalbums onder de titel: Now This Is Music! waarop 28 op dat moment populaire nummers werden verzameld. Twee keer per jaar verscheen zo’n verzamelaar en als je nu terugkijkt zie je hoe goed die overzichten eigenlijk waren: het waren de jaren van David Bowie, Bruce Springsteen, Diana Ross, en ze staan er allemaal op. En de Dazz Band en E.G. Daily, want natuurlijk zijn er altijd ook eendagsvliegen.

Ik moest aan die albums denken toen ik De 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2026 in handen kreeg, een uitgave van Behoud de Begeerte en PoëzieCentrum. Een jaaroverzicht, samengesteld door de jury van de Herman de Coninckprijs. Zeker niet omvattend (ik mis Charles Ducal en Onno Kosters) maar toch, een prima Welnu, dit is poëzie voor het afgelopen jaar.

Wat valt er te zeggen over 2025 als poëziejaar? De bundel opent, dankzij de alfabetische volgorde, met Jan Baeke, die in een heldere parlandostijl een raadselachtige sfeer oproept: ‘Ik was er niet bij toen het gebeurde, ik had net zoveel vragen / als iedereen, een stuk of zes. En evenveel antwoorden / maar ze hadden niets met elkaar te maken’. Tweede gedicht: ook spreektaal, maar scherper, fragmentarischer en uitdagender, in Nederlands dat in stukjes lijkt gehakt en opnieuw is opgebouwd. Sterke taal van Jan Campert-prijswinnaar Benzokarim: ‘mensen ik wil zeggen / jullie hebben van mij gemaakt taal / zeg ik dat niet goed?’ Derde gedicht: gedragen, melancholiek, mystiek en tijdloos – maar niet los van de actualiteit: ‘Hoogvlakten, oude en nieuwe / woestijnen, ontdooiende toendra’s / en rap smeltend landijs’: H.C. ten Berge in topvorm.

Dat zijn nog maar de eerste drie gedichten: alle drie goed en eigen. En dat geldt voor vrijwel de hele bundel. Er klinkt een veelheid aan stemmen, genres, vormen – het enige wat nadrukkelijk ontbreekt is traditioneel vormvaste poëzie. Poëzie in 2025 was smal (‘Een lam / beleeft het leven / levend’, Pim te Bokkel) en breed: bij Nachoem Wijnberg werden de versregels 90 graden gekanteld op de pagina en nog steeds moeten ze soms worden afgebroken. De context is eigentijds :‘Zij vindt obscure benamingen voor boomdelen // op Google’ (Maxime Garcia Diaz) en tijdloos: ‘Alom worden / kuilen gegraven, vuren gestookt vanwege // de resten’ (Hester Knibbe). Soms geen woord te veel, zoals bij Michael Tedja, die in het gekozen fragment een beetje klinkt als Hans Verhagen in de jaren zestig: ‘De uitkomst / was meerduidig. / Precies wat ik wilde’. Dan weer royaal in het spel met klanken: ‘Het stollen van magma tot basalt, over de oceaanbodem / de dieprode bedsprei tot over je oren / gebergten vormen zich onder water’ (Sara Eelen). Soms aarzelend: ‘Ik zoek een ander woord voor moe. Modder. Moeras’ (Eva Meijer), soms trefzeker: ‘we moeten als ganzen over de oude namen vliegen’ (Maarten van der Graaff). De ene keer stil in zichzelf gekeerd (Daniël Vis), de andere luidop expressief (Bernice Vreedzaam). Met veteranen als Peter Verhelst en Anna Enquist, en spectaculaire debutanten als Sarah de Koning en Yasmin Namavar.

Kortom: er zijn over 2025 als poëziejaar eigenlijk geen algemene observaties te doen. Of het moest zijn dat het alweer een heel goed jaar was. En dat deze spotgoedkope bundel een prima manier is om daarvan te proeven.

---

Nieuwsgierig naar de winnaar van de Herman de Coninckprijs 2026, Sandrine Verstraete? Beluister dan de podcast Beeldspraak: