Dit artikel is gratis.

Velen zullen het werk van Alex Deforce (1984) vooral kennen in voorgedragen vorm. In zijn nieuwste bundel brengt hij zijn poëzie naar het papier. Het is echter maar de vraag of de kwaliteit in deze vorm overeind blijft.  

Toen ik mijn eerste dichtbundel uitbracht, voelde ik een bijna oncontroleerbare neiging parallel aan het schriftelijke publicatieproces een auditieve versie uit te brengen. Hoewel mijn poëzie niet per se voor het podium bedoeld was, leek het me toch logisch om deze – van oorsprong zo op de voordracht gerichte – tekstvorm in beide vormen aan te bieden.
Ook Deforce voelde die behoefte blijkbaar bij het uitbrengen van zijn meest recente dichtbundel Tot nu toe (2025): hij voegde voorin een QR-code toe die verwijst naar een Spofity-playlist met voordrachten van alle gedichten in de bundel. In zijn geval is die stap een stuk logischer: een groot deel van zijn publiek bereikt Deforce via streamingplatforms en performances.
De bundel brengt, zoals de titel enigszins suggereert, werk samen uit zijn carrière tot nu toe. Die is sterk gestoeld op samenwerkingen met muzikanten uit de Belgische muziekscene, onder wie Azertyklavierwerke, Vieze Meisje, Victor De Roo en Paulo Rietjens (Stikstof, Zwangere Guy). Dat is ook in de inhoud van de gedichten terug te lezen: het uitgaansleven speelt in de bundel een prominente rol, veelal in de vorm van vrij klassieke teksten die verwijzen naar eindeloze avonden (‘de nacht wordt jong’, ‘we gaan diep / of we gaan niet’).
Verder klinkt in Tot nu toe een duidelijke maatschappijkritische noot door: we razen met z’n allen maar door en leggen elkaar daarbij te hoge eisen op. Het meest treffend verwoordt Deforce dit in een van de laatste gedichten van de bundel, ‘En dan de crisis’:

Binge gewatcht
Brein gewasht

(…)  

Stof gebrand
Doem gedacht  

Pijn gestild
Brand gestoft
Windows geshopt
Brains gestormd  

In dit gedicht komen ritmegevoel en boodschap mooi samen. Dat lukt Deforce helaas lang niet altijd: veel van zijn poëzie houdt op het papier niet goed stand. Met name gewiekst bedoelde woordgrapjes (‘vlamboyant’, ‘dankuwelwillend’ ‘Dag / black lives metter- / tijd?’) en veelvuldige herhalingen zullen op het podium ongetwijfeld beter uit de verf komen dan in geschreven vorm.
Verder rijst de vraag waarom Deforce zo graag voetnoten wilde toevoegen bij termen die voor de meerderheid van de lezers gesneden koek zijn. Van ‘Donkey Kong’ tot ‘FOMO’, van ‘ramsj’ tot ‘PMD’, allemaal hebben ze een plek gekregen in een verklarende woordenlijst. Het doet belerend aan, en lijkt de betekenis van de gedichten bovendien volledig te willen dichttimmeren.
Wanneer een dichter zo sterk leunt op diens podiumpresentatie, rijst de vraag wat een bundel precies voor meerwaarde biedt. De uitgeverij heeft duidelijk kosten noch moeite gespaard om de bundel cachet te geven, door veel aandacht te besteden aan de vormgeving. Wellicht is hiermee gepoogd het multidisciplinaire karakter van het werk van Deforce ook op papier te laten doorklinken. Misschien moeten we Tot nu toe niet zozeer lezen als het hoofdproduct, maar als een handige zakbijbel voor wie de teksten van Deforce er nog eens bij wil pakken tijdens een podiumperformance.