In Hazenslaap brengt Margreet Schouwenaar (1955) zeventig nieuwe gedichten bijeen. Aan de vijf cycli waaruit de bundel is opgebouwd, gaat het programmatische gedicht ‘Alsof woorden’ vooraf: ‘Hoe je soms het zwart van leed, pijn, geweld, van / wat de mens, o ja de mens, tracht te ontvluchten / in wat abc, het zacht van een hondenlijf, of de zorg / voor een tuin, zodat de tijd even spint in stilte en / alles maakbaar lijkt.’ Verder in het gedicht luidt het dat zij ‘soms probeert / standvastigheid te leren, woekerend met onmacht’, maar even nadrukkelijk is er de blijvende drang tot spreken, ‘zodat het lijkt alsof woorden / geven geen verliezen is’.

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: