Dit artikel is gratis beschikbaar tot en met 15.10.2026.

ANNE CARSON (1950) wordt in Canada en de Verenigde Staten al lange tijd beschouwd als een van de belangrijkste stemmen in de hedendaagse literatuur. Ze werd geboren in Canada en is al meer dan dertig jaar hoogleraar klassieke literatuur. Ze ontving vele prijzen, waaronder de Lannan Literary Award en de T.S. Eliot Prize for Poetry.

‘Terwijl rode treurnis / achter hem wegstroomt en / oeroude geur van ijs alle / uithoeken van zijn hoofd / overspoelt opent hij zijn / mond in een schreeuw’ – met deze woorden eindigt een zinderende evocatie van een doodstrijd in Rood (2022), de recentste Nederlandstalige vertaling van Anne Carsons Autobiography of Red en Red Doc> door Marijke Emeis. Emeis stelt zelf in het nawoord dat Carson schrijft met woorden ‘die even scherpomlijnd en compact zijn als de beelden die ze oproept’. Het werk van Carson vertalen is dan ook geen sinecure, temeer omdat beide werken in verzen geschreven zijn, maar in het algemeen is Emeis in deze opdracht geslaagd.

In het eerste deel, Autobiografie van rood of het coming-of-age-verhaal van de gevleugelde Geryon, lijkt met name de omslachtigheid van het Nederlands (in vergelijking met de relatieve beknoptheid van het Engels) Emeis soms wel parten te spelen. De verzen voelen bij momenten erg zwaar of zelfs archaïsch aan, waardoor het lichtvoetige van Carsons scherpe stijl verloren gaat. Zo wordt ‘strange’ vertaald als ‘akelig te moede’ en ‘went their ways’ als ‘gingen huns weegs’en niet als eenvoudigweg ‘hun weg’. Ook de nu en dan verwarrende woordvolgorde in het Nederlands helpt niet in dit opzicht. De verzen ‘Provided you can renounce […] that / rather fundamental human trait— / […] the desire to know’ worden bijvoorbeeld vertaald door het ambigue (maar grammaticaal correcte) ‘Als men tenminste […] / afstand kan doen van die tamelijk / diepgewortelde neiging der mensen […] / het verlangen te weten’ en niet als ‘te verlangen naar het weten’. Ook de vertaling van het vers ‘It’s not the photography that disturbs you it’s you don’t understand what photography is’ als ‘Je vindt de foto niet verontrustend maar dat je zelf niet begrijpt wat fotografie is’ lijkt een andere betekenis op te roepen doordat wordt vastgehouden aan de Engelse woordvolgorde. Op andere momenten kiest Emeis dan net voor een vertaling die het woordspel in Carsons versie tenietdoet, terwijl er wel de mogelijkheid voor bestaat in het Nederlands. Ik denk bijvoorbeeld aan ‘Kan een monster iemand zijn roodzijn verwijten?’ als vertaling van ‘Who can a monster blame for being red?’. De Engelse versie laat twee lezingen toe met zowel ‘who’ als ‘a monster’ als onderwerp, net als de vrij letterlijke vertaling ‘Wie kan een monster verwijten rood te zijn?’, maar de vertaler kiest hier voor een eenduidige interpretatie.

Toch levert Emeis’ uitgesponnen stijl ook vele pareltjes op, zoals de alliteraties van ‘verschaalde vredigheid / van voorbije bedtijden’, ‘reusachtige regenribbels’ of ‘rode spaken [die] schalden in de zwartheid’. Wanneer het gaat over gevoelige thema’s als seks of geweld stelt de vertaling soms echter teleur. Zo wordt in de context van incest – wanneer Geryon nog een kind is – ‘stick’ vertaald als ‘lul’, terwijl de niet-specifieke term ‘stok’ net bijdraagt aan het onschuldige kinderperspectief dat hier geëvoceerd wordt. Hetzelfde geldt voor de vertaling van ‘felt his box contract’ als ‘het slinken van zijn lul’: de Nederlandstalige versie laat geen ruimte toe voor andere interpretaties zoals een toespeling op zijn ‘box camera’ oftewel ‘boxje’ in het volgende gedicht of op zijn ‘brain box’ of ‘hersenpan’ in gedicht XXVI. Ook wanneer de figuur van een verkrachter opgeroepen wordt, lijkt het luchtige vertalen van ‘cruel’ als ‘gemeen’ – en niet als ‘gruwelijk’ of ‘wreed’ bijvoorbeeld – een beetje misplaatst. In Rood Doc> zien we een soortgelijke praktijk. De ietwat verrassende vertaling van ‘simply turn away’ als ‘domweg afwendt’ wringt bijvoorbeeld in deze bundel: het nuanceverschil zorgt ervoor dat de buitengewone wreedheid van oorlogsvoering verloren gaat. Dit blijkt ook uit de vertaling van de daaropvolgende verzen:

Vertelt het met een
ergernis alsof hij zeggen
wil Nee jij bent zover nog
niet dan zou het niet lang
duren of je stampvoette
op kinderschedels en
je vond dat lollig als je
eemaal
[sic] zover was.

In het Engels benadrukken de laatste gecursiveerde woorden het monster dat in ieder van ons schuilt (‘you’d get / there too’), maar dat element komt niet tot uiting in het Nederlands.

Deze vrije vertaling zet zich ook op andere momenten voort, waardoor lezers die met de Engelse versies vertrouwd zijn waarschijnlijk niet altijd zullen kunnen volgen. De vertaling van een gedicht van Emily Dickinson dat de Autobiografie voorafgaat, voelt erg bevreemdend aan, zoals uit de eerste verzen blijkt: ‘The reticent volcano keeps / His never slumbering plan’ wordt vertaald als ‘De zwijgzame vulkaan doet stom / Zijn slapeloze zin’ en lijkt hierbij overigens niet gebaseerd op de vertaling van Peter Verstegen uit 2011. Het woord ‘pup’ wordt eveneens vertaald als het weliswaar creatieve ‘loot’, maar dit kan verwarrend werken in de context van het doden van Geryons hondje. Lezers die bekend zijn met de uitspraak van de naam van de dichter Yeats (uitgesproken met een -eej klank) zullen de verwijzing naar ‘Jiets’ waarschijnlijk niet meteen kunnen plaatsen. Ook andere keuzes, zoals ‘wisselgeld’ voor ‘change’, duwen de lezer zacht maar zeker in de richting van een bepaalde interpretatie. De passage gaat duidelijk over geld, maar deze Nederlandse vertaling vat de verandering die met de puberteit gepaard gaat of de impact van de ontmoeting met Herakles, Geryons eerste liefde, niet. Ook ontsieren enkele typfouten het geheel, zoals ‘vliegtui’ (‘aeroplane’) als titel voor gedicht XXVI en ‘continentale platten’ of ‘één plat’ voor ‘continental plates’.

In het tweede deel, Rood Doc>, is deze spanning tussen het Engels en het Nederlands minder voelbaar. Het gedicht gaat over de kwetsbaarheid van mensen die ‘zich een / kleine opgepoetste wereld / wensen en die nu heel / even kunnen zien’. In dit verhaal wordt Sad (Herakles, zo wordt geïmpliceerd) achtervolgd door de gruwel van de oorlog en G (Geryon) door Proust, ditmaal in een nieuwe driehoeksverhouding, waarbij Ancash uit de Autobiografie plaats moet ruimen voor Ida. De gebeurtenissen spelen zich af in een nachtmerrieachtig niemandsland van ijs, een psychiatrische instelling en een ziekenhuis, waarin ‘haastige herinneringen als / tiktakkende kakkerlakken’ de personages op de hielen zitten. Het verhaal is doorspekt met beschrijvingen die naar de keel grijpen: ‘mannen walsen in / ellipsoïden als ballonnen’, zitten gevangen in ‘een toornige / slaapwandeling’ – let op de allusie op doornen – op ‘de koude / tranenakker van het / menselijk bestaan’ en lijken te hunkeren naar de ‘tijd toen je zes / was de dag een berg. / Bergtijd’. Wanneer Geryons moeder sterft, wordt dit ontwrichtende moment als volgt verwoord:

Dat hij haar doodgaan
onverdraaglijk vindt komt
niet door het verlies (dat
is de toekomst) maar
dat doodgaan (nu) hen
allebei in deze naaktheid
plaatst is onvergeeflijk.
Of hoe anders dan met stil ontzag te reageren op de volgende beklemmende verzen:
Door haar hersens jagen
lieftallige schaduwen
veilig zichzelf achterna
in het ijle licht dat ze
vanbinnen brandende
houdt. Het licht van thuis.
Bewaak het.’

Kortom: dit is een rijke versie van Carsons twee narratieve gedichten, maar door de duidelijke interpretatieve ingrepen van de vertaler zullen lezers die de Engelstalige versies al gelezen hebben misschien op hun honger blijven zitten. Rood is een doordachte vertaling van Carsons werk, maar voor de specifieke insteek zullen zowel voor- als tegenstanders te vinden zijn.