Zelfs in het wondere land van de literatuur is Peter Holvoet-Hanssen onmiskenbaar een buitenbeentje. Zijn poëzie berust niet op de zoektocht naar een diepste ik of zware filosofische waarheden, en al evenmin streeft de dichter naar een perfect uitgebalanceerd monument van woorden. Integendeel, voor Holvoet-Hanssen dijt het poëtische universum steeds verder uit. Teksten springen van de ene onverhoedse associatie naar de andere, gangbare vormen en formules worden resoluut opgeblazen, afzonderlijke teksten verwijzen onophoudelijk naar elkaar en naar andere teksten, om nog maar te zwijgen van de talloze motto’s, ondertitels of fragmenten in een afwijkend lettertype. Lezers – zelfs de zogenaamde ‘geoefende’ lezers – blijven bij dat alles vaak beduusd achter.

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: