De tweede bundel van Maxime Garcia Diaz (1993), Het netwerk moet gebouwd worden, duikt in de digitale wereld en onderzoekt hoe deze onze leefwereld en taal vormgeeft.
Maxime Garcia Diaz (1993) is een Nederlands-Uruguayaans schrijver en dichter. Ze studeerde cultuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en poëzie aan de Iowa Writers’ Workshop. In 2022 won ze de C. Buddingh'-prijs voor haar bundel Het is warm in de hivemind.

Kenmerkend voor dit werk zijn de verschillende tekststructuren waarmee Garcia Diaz de lezer naar liminale plaatsen in Amerika en Nederland en naar virtuele instellingen voert. Deze hybride dichtbundel werd tegelijk gepubliceerd in het Nederlands en het Engels.
Tijdens het doorbladeren van Het netwerk moet gebouwd worden vallen naast de zwarte letters ook passages in rood en blauw op, die respectievelijk aanduiden dat de tekst een andere oorsprong heeft of afkomstig is van een vertaalmachine. Zwart-witfoto’s, screenshots van chatgesprekken en dagboeksegmenten vullen de pagina’s. Garcia Diaz experimenteert met het genre poëzie, onderzoekt hoe internetcultuur onze taal beïnvloedt en speelt met de vormverwachtingen die geassocieerd worden met een gedicht. Zo krijg je onder meer logboeken, scenariodialogen en collages voorgeschoteld. Deze manier van schrijven zou in een minder vaste hand vervreemdend kunnen zijn, maar Garcia Diaz laat het emotioneel aankomen. Het effect is een gevoel van overrompeling, een bekend fenomeen voor wie door het internet scrolt. De rijke intertekstualiteit wordt weerspiegeld in de inhoud, die reikt van het ontstaan van het internet tot existentiële vragen, van kakkerlakken tot Sylvia Plath.
De titel van de bundel verwijst naar de quote ‘The hacienda must be built’ van de Franse filosoof Ivan Chtcheglov. Die quote was tevens de inspiratiebron voor de beroemde nachtclub Haçienda in Manchester, die zelf symbool stond voor de smeltkroes van muziek, technologie en subcultuur. Het is tegelijk een knipoog naar de Latijns-Amerikaanse achtergrond van de dichter. Deze referenties komen naar voren in het gedicht ‘Hotel Mokum’:
In de heilige maand mei zei de Haçienda-ontwerper tegen Mancunian Matters dat toen ze het pand vonden, die enorme, holle ruimte die uiteindelijk werd omschreven als een kathedraal, Tony zei dat elke stad zijn eigen kathedraal nodig had, niet per se voor conventionele religie maar er was op die plek andere religie gaande.
Toen jij en ik bij de tempel van de zon waren, voelde ik me vast ongemakkelijk. Laten we zeggen dat ik werd geplaagd door de geesten van mijn voorouders. Eigenlijk had ik gewoon honger en een slecht humeur.
Garcia Diaz slaagt erin om de lezer, aan de hand van verschillende gethematiseerde hoofdstukken, door verschillende tijdperken en netwerken te gidsen. De meest ontroerende fragmenten in de bundel zijn deze waarbij de dichter technische facetten van het internet weet te linken aan persoonlijke reflecties – of zoals de lyrische ik het verwoordt in het gedicht ‘De Atlantische Ocean oversteken’: ‘Ik maak kankerachtige verbindingen.’ Hier is ‘verbinding’ tegelijk iets vitaals en iets destructiefs – een netwerk dat groeit als een organisme, maar ook als een ziekte. Rouw en verlies zijn thema’s die veelvuldig aan bod komen, net als identiteit. Het schipperen tussen verschillende werelden zien we in het gedicht ‘Geheugen van de wereld’:
Soms ben ik bang dat ik Nederland net zo haat als mijn vader en nooit meer terug wil. En dat ik net als hij in tweeën zal worden gespleten en nooit meer thuis zal kunnen zijn en altijd een vreemde zal blijven. Opnieuw de Atlantische Oceaan oversteken. Terwijl ik dit schrijf, is het donker geworden in de kamer en is het enige licht het scherm van mijn laptop.
Het netwerk moet gebouwd worden weet de veelvoud, de volatiliteit, en de vroege jaren van het internet ten tijde van haar jeugd te vatten. Garcia Diaz neemt je op sleeptouw en laat zien dat onze identiteit niet langer buiten het netwerk bestaat, maar erdoor wordt gevormd en gefragmenteerd, zoals we kunnen lezen in het slotgedicht ‘Ik was eenzaam maar ik had plezier’:
Ik sloopte de monitor
tot er alleen een hoekig wit karkas over was
en binnenin het karkas
startte ik op