Dit artikel is gratis.

Met Vreugde heeft geen vat op mij heeft Lévi Weemoedt (1948), pseudoniem van Izaäk Jacobus van Wijk, weer een bundel in zijn eigen, kenmerkende toonzetting afgeleverd.

Al vanaf zijn debuut in 1977 probeert Weemoedt – met dt, want weemoeden is een werkwoord – zijn lijden aan het leven te bezweren in gedichten over zijn troosteloze jeugd, zijn relatieleed, drankzucht, de dood en de hopeloosheid van het bestaan in het algemeen:

De kleine Weemoedt

Als de wekker
is gezet,
denk ik ’s avonds
in mijn bed:

‘Ach geen dag
ben ik echt blij.
Vreugde heeft
geen vat op mij.

Hoewel ik lach en
soms zelfs zing,
voel ik toch: droefheid
is mijn ding.

Zoals een eend
in water zwemt,
ben ik voor treurig-
heid bestemd.

O, ik heb al sinds
mijn babytijd
van mijn geboorte
vreselijk spijt.’

De gedichten van Weemoedt worden wel als ‘romantisch’ gekwalificeerd, in die zin dat de zwaarmoedigheid in zijn poëzie door ironie verlicht wordt:

Mijn liefdesleven


‘Jij bent,’ zeggen de vrienden,
‘net de Verenigde Naties,
met jouw fijne neus
voor kansloze relaties.’

Dit romantisch-ironisch procedé zorgt voor distantie, voor een prettig soort ontregeling. Zijn werk wordt dan ook vaker vergeleken met dat van Piet Paaltjens, in wiens gedichten tragiek eveneens gecombineerd wordt met ironie en overdrijving. We hoeven echter niet terug te gaan naar de negentiende eeuw, want er zijn meer dichters met wie Weemoedt vergeleken kan worden. De poëzie van Gerard Reve, bijvoorbeeld, staat eveneens in deze romantische traditie. De poëtische nalatenschap van Reve is beperkt; hij heeft slecht 127 gedichten in druk laten verschijnen, waarvan een deel specifiek als romantisch-ironisch kan worden opgevat. In thematiek laten zich overeenkomsten met het werk van Weemoedt zien en dan vooral in de gedichten over drankzucht, flatulentie, religie en dood. Vergelijkingen tussen de gedichten van Reve en de poëzie in Vreugde heeft geen vat op mij vallen echter steevast in het nadeel van Weemoedt uit. De verzen in diens laatste bundel zijn over het algemeen korter dan in vorig werk, veelal vierregelig, maar op de zeggingskracht heeft dit weinig effect.

Levi Weemoedt (c) Mark Kohn
Levi Weemoedt (c) Mark Kohn

Waar Reve zich als een authentiek getormenteerd dichter toont, lijkt een aantal van de gedichten van Weemoedt tamelijk gemakzuchtig in een weltschmerz-mal geknutseld. Natuurlijk, er zijn ook uitzonderingen aan te wijzen. Vreugde heeft geen vat op mij is opgedragen aan Cornelis Pons, de in 2024 overleden Vlaardingse liedschrijver met wie Weemoedt enkele tientallen jaren rond toerde langs de theaters. De twee liedjes van Weemoedt & Pons in de bundel laten zien hoe goed dit werk het op een podium doet. Ook de hierboven weergegeven ‘De kleine Weemoedt’ en een vers als ‘Pastorale’ stijgen uit boven het gemiddelde niveau:

De winter hing al
aan de grond.

Het land lag in
zichzelf gekeerd.

En, rijzend uit
de nevel, stond

een koe, centraal
geregistreerd.

Voor een beter begrip van de kwaliteiten van het werk van Weemoedt, zijn humor, zijn zelfspot en melancholie, bieden zijn eerdere bundels meer aanknopingspunten.