Paul van Ostaijen was net geen dertig toen hij de lezing ‘Gebruiksaanwijzing der lyriek’ schreef en uitsprak. Honderd jaar later legt Xavier Roelens de tekst voor aan jonge dichters en vraagt hen in hoeverre ze hun eigen schrijfpraktijk en de poëzie van vandaag nog herkennen in dit ijkpunt van het modernisme.

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: