In zijn debuutbundel Onder mij de mat neemt Merlijn Huntjens (1991) ons mee naar de dojang, de trainingsruimte voor verschillende Koreaanse vechtsporten. Dezelfde term wordt gebruikt om de meditatieruimte in een boeddhistische tempel mee aan te duiden. Letterlijk betekent het ‘de plaats waar je de weg leert’, en dat is precies wat deze bundel is. De ik-figuur luistert naar de aanwijzingen van zijn trainer, maar heeft tussen al dat vliegen en bewegen door ook tijd om stil te hangen en te contempleren. Is de mat uit de titel een meditatie- of een taekwondomat?

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: