De aarde – als planeet en biotoop – is aan voortdurende transformatie onderhevig. Een gedachte die allesbehalve nieuw is maar waaraan in diverse (kunst)vormen graag wordt herinnerd. Dat is bijvoorbeeld het geval in Pier Paolo Pasolini’s film Medea en Virginia Woolfs A Writer’s Diary, iconische getuigenissen waaraan Liesbeth D’Hoker de motto’s heeft ontleend voor haar overdonderende debuut Want straks komen de wolven. De bundeltitel is geplukt uit het gelijknamige gedicht waarin het geloof in een terugkeer naar de oorsprong der dingen virtuoos wordt uitgespeld. Hoewel de titel omineus klinkt en de slotwoorden (‘gifnevels / ademnood’) weinig opwekkend zijn, staat er ook: ‘elke dag de eerste, zelfs herfst / belooft begin’.

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: