In deze rubriek wordt telkens een opmerkelijk item uit de collectie van het Poëziecentrum voorgesteld.
In 1968 zetten galerijhouder Leo Drieghe en dichter Roland Jooris het Oost-Vlaamse dorp Wetteren op stelten. Onder impuls van het nieuw-realisme dat in de kunst en de literatuur de kop opstak, wilden ze ook de poëzie ‘bevrijden’ en dus organiseerden ze een grote happening, de eerste Poëziemarkt in Wetteren. Dichters brachten als heuse marktkramers hun waren aan de man. Er werden gedichten gedrukt op bierviltjes, Gerd Segers verkocht – getooid met een reusachtige sombrero –gedichten op servetten om rond een broodje te doen; er werden ballonlabels verkocht met gedichten op, puzzelgedichten, …


Dat deze happening geen eenmalig initiatief was, bleek al snel: ‘ik geloof dat het verspreiden van gedichten in boekvorm zo stilaan tot de folklore is gaan behoren. de nieuw-realistische dichter heeft andere efficiëntere middelen gevonden om de zogenaamde poëzieverbruikers te bereiken’, schreef Gerd Segers in aflevering 1 van de derde jaargang (1970) van het tijdschrift Revolver. Na twee jaargangen waarin Revolver als een traditioneel tijdschrift verscheen, nam de redactie de beslissing om het tijdschrift telkens in wisselende vorm uit te geven. Die koerswijziging werd benadrukt door de nieuwe ondertitel van Revolver. Tijdens de eerste twee jaargangen was dat Tijdschrift voor hedendaagse poëzie, maar vanaf 1970 werd dat Periodiek rondom de werkelijkheid. Waar Revolver tot dan toe grotendeels een eenmansproject was van Gerd Segers, werd het tijdschrift vanaf die derde jaargang mee onder impuls van Jan Vanriet geleid door een ‘open groep’ van dichters en kunstenaars, onder wie Roland Jooris, Herman de Coninck, Daniël Van Ryssel en Roger Raveel.



In de daaropvolgende zes jaar verscheen Revolver in de meest uiteenlopende vormen en formaten. De eerste aflevering van die derde jaargang bestond bijvoorbeeld uit 17 paarsbruine fiches (18 x 29 cm) met daarop de administratieve gegevens van de ‘geficheerde’ persoon en ook hun mening over de rol van de kunstenaar in zijn tijd. De zesde aflevering van die jaargang bestond dan weer uit vier poëzie-obligaties. Op elk van die obligaties stond één gedicht (Daniël Van Ryssel, Gerd Segers, Jan Vanriet en Roland Jooris) en de waarde die de obligaties vertegenwoordigden, namelijk ‘000.000.000 frank’. Verder verschenen onder meer nog een krant gedateerd op 28 januari 1971 met daarin een poëzieposter op bruin inpakpapier en ook nog een poëzielandkaart. De landkaart, die kon worden opengeplooid als een echte landkaart, bevatte geen plan van een concreet land, maar 20 gedichten.
De vormexperimenten van Revolver duurden tot 1975. Vanaf de negende jaargang verscheen het tijdschrift, mee onder druk van de economische crisis, weer in boekvorm. Eind 2009 hield het tijdschrift er helemaal mee op wegens de toegenomen administratieve druk.
Deze en andere schatten ontdekken? Dat kan! Bezoek het documentatiecentrum van Poëziecentrum van maandag tot vrijdag van 10.00-12.00 en van 13.00-18.00.
Zie ook: www.paukeslag.org