Ik heb in het verleden weleens contact gehad met een door mij vertaalde dichter, maar tegenwoordig vertaal ik vooral dode dichters. Overigens gaat het overleg, ook bij prozaschrijvers, vaak over heel andere dingen dan de auteur verwacht. Ze verwachten verzoeken om opheldering van de tekst, maar meestal heb ik praktische vragen zoals: hoe ziet dat bankje eruit waarop het personage zit? Omdat je alles goed voor je wilt kunnen zien. Vertalen is immers niet woorden omzetten, maar zien wat de tekst (of de auteur) wil dat je ziet, en dat zó zeggen als deze dat vermoedelijk had gedaan als hij onze taal ter beschikking had. Alleen dan kan een vertaling overtuigen, naar mijn idee.
Dit artikel is enkel voor abonnees
Om verder te lezen op poeziekrant.be:
- meld je aan als abonnee
- of neem een abonnement
- of koop dit artikel voor €3