Ik schrijf in een diepe staat van openheid en verwarring. Ik ben voortdurend in gevecht met mezelf, met mijn eigen stem (die ik voortdurend ontloop). De romantische, de verontwaardigde en de absurde Bob verstrengelen zich met elkaar. Deze verschillende ‘ikken’ verzamelen fragmenten om zichzelf en de omgeving bij elkaar te rapen. Daarna begin ik te zoeken naar wat die fragmenten mij willen vertellen. Ik ben op zoek naar een onverwacht gesprek. Het schrijven van poëzie balanceert voor mij in die zin op een dun touw tussen enerzijds het verlangen naar coherentie, naar grip krijgen op een verbrokkelde werkelijkheid, en anderzijds verbrokkeling, scheuren. Daar bevindt zich de ruimte, daar kan ik ontsnappen. Zeer verwarrend allemaal. Mijn persona’s reageren voortdurend op elkaar. Wanneer ik te serieus word, verlang ik bijvoorbeeld naar de grappige Bob. Maar zodra het allemaal te ludiek wordt, verlang ik naar de romantische Bob. Poëzie ontstaat voor mij in de beweging tussen het aantrekken en het afstoten van mezelf.
Dit artikel is enkel voor abonnees
Om verder te lezen op poeziekrant.be:
- meld je aan als abonnee
- of neem een abonnement
- of koop dit artikel voor €3