Attila József (1905–1937, József is zijn achternaam) is een dichter van wereldformaat, vertaald in veel talen. Hij was een tijdgenoot van Miklós Radnóti, ze kenden en waardeerden elkaars werk en behoren allebei tot de Hongaarse moderne klassieken. Grote Hongaarse dichters worden vaak niet oud: Sándor Petöfi stierf als 26-jarige op het slagveld, Radnóti was 35 toen hij werd afgemaakt, József 32 toen hij voor de trein sprong. Ook hem mag je een ‘gekweld dichter’ noemen, maar waar Radnóti’s tragiek vooral school in de politieke en sociale uitsluiting, kwam er bij József zijn uiterst labiele persoonlijkheid bij. Zijn leven begon in diepe armoede. Toen hij als zeventienjarige zijn gedichten begon te publiceren, zorgden mecenassen voor zijn opleiding, onder andere in Wenen en Parijs, waar hij Franse literatuur studeerde. Zijn gedichten zijn doortrokken van rauwe erotiek, maar relaties met vrouwen eindigden meestal dramatisch, mede door zijn psychotische persoonlijkheid, die hem na vele psychotherapeutische sessies uiteindelijk fataal werd.
Dit artikel is enkel voor abonnees
Om verder te lezen op poeziekrant.be:
- meld je aan als abonnee
- of neem een abonnement
- of koop dit artikel voor €3