Wie af en toe in het werk van Erwin Mortier grasduint, weet dat hij zich graag bedient van een lichamelijk bepaald register. Hij tracht ‘de semantische virulentie’ aan te boren die in de taal sluimert om de bres te dichten tussen zijn lijfelijke zelf en de ‘resonantieruimte van het woord’. Het kan geen toeval zijn dat Mortier zich aangetrokken voelt tot Marcel Proust, aan wiens ‘verbijsterend gevarieerd stilistisch weefsel’ hij ooit een even rake als ‘ultrakorte’ beschouwing wijdde. Ongetwijfeld is de Franse grootmeester een belangrijke bron voor zijn lyrisch getinte oeuvre, dat van hem ook in zijn romans eerst en vooral een dichter maakt.

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: