Dit artikel is gratis.

Maarten Buser (1991) debuteerde in 2016 met Club Brancuzzi. Hij schrijft essays en vertaalt poëzie. Zijn tweede bundel, Opgeslagen locaties, geeft met de titel de lezer meteen een sleutel om de opzet van deze poëzie te begrijpen. Opgeslagen locaties zijn plaatsen die je hebt bezocht of waar je iets hebt beleefd, die je op foto of in je geheugen hebt vastgelegd en die in dit geval in lyriek verwerkt worden.

Elk gedicht in dit werk beschrijft herinneringen en waarnemingen, sommige recent, andere uit de jeugd van de dichter. Vele gedichten zijn reflecties over de eigen positie in een bevreemdende en verwarrende werkelijkheid. Buser schreef sterke gedichten die de lezer intellectueel uitdagen en met een probleem confronteren dat in de literatuurkritiek meermaals werd besproken: hoe kan men een hyperindividuele ervaring, soms een herinnering aan een ver verleden, naar een tekst vertalen die gelezen wordt door lezers die ‘er niet bij waren’, zonder het risico te lopen dat het gedicht hermetisch en onleesbaar wordt. De ‘datum’ in het gedicht (vgl. Jacques Derrida, Schibboleth) verbindt de tekst met de werkelijkheid maar om van een gedicht te kunnen spreken, moet er een bepaald abstraheringsproces plaatsvinden waardoor deze tekst onvermijdelijk moeilijker toegankelijk wordt.

Het komt er dus op aan om gedichten te schrijven die vanuit een persoonlijke ervaring vertrekken, maar ze tegelijk open te stellen voor de lectuur en dus de interpretatie door de lezer.

Net in deze opgave toont Buser zich een meester van het evenwicht tussen het geheim van het gedicht en de leesbaarheid ervan. Een voorbeeld hiervan vinden we in het gedicht ‘Schaal’ dat de herinnering vasthoudt aan, wellicht, een schoolreis met de bus en aan de bedwelmende schoonheid van de gids:

De bergtop past in het busraam
Wat ik weet is kijken, denken, raden
De gids en ik zijn vloeiend in andere talen, ze glimlacht

me door elkaar. Ik heb een panoramafoto
gemaakt waar ze per ongeluk op staat, gezicht
richting een derde, maar hoelang zijn
wenkbrauw, oor, halve neus nog genoeg
om me alles weer te herinneren, voor vandaag nog
Buiten zijn velden, rotsen, tankstations

Ik zal onthouden hoe helder de dag leek,
al hingen mijn armen in het uitzicht
Ze gaf me een plattegrond en de vangrail smelt

Opvallend is dat de dichter bijna nooit een punt gebruikt, als wilde hij hiermee de constante herinneringsstroom onderstrepen. Er staat alleen een punt op de plaats waar hij volledig door elkaar geschud is door de glimlach van de mooie gids en waar hij zich lijkt te willen herpakken.

Andere gedichten zijn moeilijker of ook filosofischer, zoals ‘Deeltjes’:

De kamerplant wil de muur zijn,
begrijpen wordt nevenschade

Herinneringen zijn
losjes, als handen

dichtgevouwen voor het eten
of op het ziekenhuislaken,

het aangekoekte vuil
wordend

dat de keuken
bij elkaar blijkt te houden

Meermaals duikt het thema op van de angst om zich te verliezen, om verloren te lopen in de chaos van de werkelijkheid. In vele gedichten worden termen uit de fotografie gebruikt, zoals ‘Je blijft napraten / en de dag wordt van lage resolutie (uit ‘Kijkgeschiedenis), of ‘Ik kan drie seconden montagerest zijn, / of een halve op je scherm: een lichaam / geknoeid tussen maatbekers’ (uit Verdwijnpunt’). Het spel van licht en schaduw op een foto vindt zijn pendant in het zoekend interpreteren door de dichter, waarbij de toevallige losse elementen in een foto ook in het gedicht terugkeren als spontane associaties of als waarneming van zaken uit de rand.

Opgeslagen locaties bevat een aantal zorgvuldig gecomponeerde teksten die bij herlezing alleen maar sterker worden.