Aan haar bundel Weg van de tijd laat HILDE KETELEER een motto voorafgaan dat ze ontleent aan M. Vasalis: ‘Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?’ In het apart staande prolooggedicht resoneert dit vers: het gedicht ‘Als de augur spreekt’, geschreven ‘voor Hans Groenewegen’ (1956-2013), confronteert de ik via het bij de aanvang van de drie strofes herhaalde ‘er is en er is niet’ met de onomkeerbare beurtgang van de tijd die beleefd wordt vanuit de idee van teloorgang: vogels bevruchten niet meer, bomen hebben beschimmelde kruinen, er wordt gestruikeld over ongeknoopte veters…
Dit artikel is enkel voor abonnees
Om verder te lezen op poeziekrant.be:
- meld je aan als abonnee
- of neem een abonnement
- of koop dit artikel voor €3