Paul Demets timmert gedreven aan een fijnmazig oeuvre. Elke bundel vertrekt van een welomschreven concept en is minutieus gecomponeerd op basis van subtiel met elkaar verknoopte reeksen. Zo is De schaamsoort (2024) opgevat als een dialoog met Guido Gezelle, met de hoofdzonden als leidraad, en Moederkoren (2025) gemonteerd op basis van docufilms van de Belgische topcineaste Chantal Akerman. Kort na de bejubelde bundel De lotdagen (2025) treft Demets opnieuw raak met De doodstrompet. Die werd op 6 mei 2026 voorgesteld, dag op dag elf jaar nadat hij op 6 mei 1915 – na een hartinfarct – aan ‘[zijn] tweede leven’ begon. Aldus de eerste zin van de aantekeningen achterin de bundel.
Dit artikel is enkel voor abonnees
Om verder te lezen op poeziekrant.be:
- meld je aan als abonnee
- of neem een abonnement
- of koop dit artikel voor €3