Met de titel van de bundel, Schipper mag ik overvaren, en als motto het liedje dat daarbij hoort, ‘Schipper mag ik overvaren, ja of nee? / Moet ik dan ook tol betalen, ja of nee?’, verwijst Eva Gerlach nadrukkelijk naar het spel waarbij de deelnemers aan één kant van het speelveld staan, behalve ‘de schipper’, die middenin staat. Op de gestelde vraag zijn twee antwoorden mogelijk. Wanneer de schipper ‘Nee’ zegt, moeten de deelnemers proberen over te steken, maar de schipper probeert zoveel mogelijk ‘matrozen’ te vangen door ze af te tikken. Alle spelers die door de schipper zijn afgetikt moeten bij hem in het midden blijven en helpen met aftikken. Wanneer de schipper ‘Ja’ zegt, vragen de kinderen: ‘Hoe?’. De schipper kiest een manier waarop de spelers moeten oversteken, bijvoorbeeld hinkelen, huppelen, springen of rennen. Het doel van het spel is om zo lang mogelijk over te blijven en zo vaak mogelijk heen en weer over het veld te gaan. De speler die dit het langste volhoudt en dus overblijft, heeft gewonnen en is de volgende schipper.

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: