Nu Bernard Dewulf niet meer onder ons is, lijkt Luuk Gruwez (1953) wel de laatste dichter die af en toe een tedere imperatief opschrijft in de geest van Herman de Coninck. ‘Laat niemand enkel uit restanten bestaan’, klinkt het al vroeg in Morren tegen de sterren. Gruwez wil dat we herstellen wat kapot is, aanvullen wat ontbreekt. Zijn gedichten geven in hun beste momenten het goede voorbeeld.

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: