Bij het lezen van dit fragment uit het gedicht ‘Wanneer stopt het vallen’ weet je als lezer niet in welk land deze scène zich afspeelt. Het gedicht is van de Vietnamese dichteres Nhã Thuyên, maar er lijkt niets specifieks Vietnamees in te herkennen. Thuyêns poëzie is niet expliciet geworteld in een nationale of nationaal-culturele traditie. Wat haar poëzie kenmerkt is dat ze complex en experimenteel durft te zijn, persoonlijk, talig en geëngageerd. Soms zit het engagement direct in de tekst, soms klinkt het door als onderliggend narratief. Dit zijn allemaal aspecten van wat je een internationale trend in de hedendaagse poëzie zou kunnen noemen. Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat die poëzie allemaal op elkaar lijkt. Integendeel, de verscheidenheid is groot, want de achtergronden van die verschillende dichters variëren nogal. Een jonge zwarte Amerikaanse queer dichter heeft met een heel andere maatschappelijke realiteit te maken dan een Vietnamese vrouwelijke dichter als Nhã Thuyên. Waar de een heeft te vrezen voor politiegeweld moet de ander vooral de censuur zien te omzeilen en weer een ander leeft en werkt in een samenleving waar etnische vooroordelen, discriminatie en ongelijkheid aan de orde van de dag zijn.

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: