Hier moet ik iets mee, wist ik met Guillaume (2020) in handen. Meespeelde dat het me was getipt door een bevriend ‘zorgouder’: een pleonasme waarmee ik toen bezig was me te identificeren. Het werk van Kreek Daey Ouwens bood steun, door twee werelden te verenigen waarvan ik nog niet wist dat ze samengingen. Inmiddels weet ik niet anders meer dan dat poëzie en zorg handen om eenzelfde buik zijn. Als het goed is, creëert poëzie nieuwe taal door inclusie van wat voorheen werd uitgesloten.

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: