Een grafschrift heeft vaak het laatste woord, maar niet noodzakelijk het laatste gelijk. Op de grafsteen van Obe Postma (1868–1963) in Cornwerd staan slechts enkele woorden: Dichter fan ’t Fryske lân (Dichter van het Friese land). Het is een mooie, bijna vanzelfsprekende typering. Wie zou immers bezwaar kunnen maken tegen de gedachte dat Postma, de bekendste Friese dichter, het Friese landschap tot onderwerp van zijn poëzie heeft gemaakt? Toch roept de tekst een merkwaardige vraag op: zou Postma zichzelf zo hebben getypeerd? En nog scherper: doet deze aanduiding wel recht aan de dichter die hij was? De woorden op de steen lijken hem vast te leggen in een geografische identiteit, terwijl juist zijn levenshouding en intellectuele wereld laten zien hoe weinig hij zich door een tegenstelling tussen Friesland en de rest van de wereld liet bepalen.

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: