Na een paar aardige romans (We zijn water, 2013; Vraag het aan de bliksem, 2015) en een reeks opgemerkte poetry slams, waarbij ze zich onder meer kroonde tot Nederlands en tot Europees Kampioen, brengt Carmien Michels nu een dichtbundel uit. In We komen van ver laait de maatschappelijke betrokkenheid waaraan ze zich op het podium met passie overgeeft zo mogelijk nog hoger op. Er klinkt verslagenheid in door en ongeloof in hoge idealen, maar ook onvervalste verontwaardiging vanwege de janboel die de mens van de wereld heeft gemaakt. ‘Recht door zee willen we allemaal het paradijs / die tuin waarin we elkaar naakt kunnen vertrouwen’, heet het in ‘Middenrif’, maar dat we schaamtelijk blijven steken in het moeras van onze onmacht verwoordt Michels in ‘Half weg’ zo: ‘Ergens onderweg zijn wij iets kwijtgeraakt / niet alleen mijn sleutels op zeeklassen / onze stemmen in de wind / onze onschuld in de duinen’.
Dit artikel is enkel voor abonnees
Om verder te lezen op poeziekrant.be:
- meld je aan als abonnee
- of neem een abonnement
- of koop dit artikel voor €3