In zijn debuutbundel Tot de zon zwelt kiest Pim Cornelussen (1989) voor heldere taal gekoppeld aan intieme beschouwingen. Observaties uit de directe omgeving vormen ongecompliceerde metaforen en houden de gedichten toegankelijk. Hemellichamen, de afwisseling van licht en donker, dag en nacht, en de seizoenen passeren de revue om zowel vergankelijkheid als circulariteit te verbeelden.
Dit artikel is enkel voor abonnees
Om verder te lezen op poeziekrant.be:
- meld je aan als abonnee
- of neem een abonnement
- of koop dit artikel voor €3