Ahmed wijst een teken aan op de muur. Een uil, van opzij gezien, maar met zijn gezicht naar ons toegekeerd. Zijn poten ontbreken. ‘Hiërogliefen van dieren werden gevreesd,’ legt hij uit. ‘Om te zorgen dat ze op hun plek bleven, en de doden niet zouden achtervolgen, werden sommige delen van hun lichamen niet afgebeeld.’ We zijn in de grafzaal van Rekhmire, een oud-Egyptische edelman en hoge ambtenaar van de farao’s Tutmoses III en Amenhotep II. Hij leefde zo’n 3500 jaar geleden in de periode van het Nieuwe Koninkrijk, maar het is vooral zijn dood waardoor we nog van hem afweten: zijn tombe, nabij Luxor, is een schatkamer aan informatie over het dagelijks leven, de politiek en de godsdienst van de oude Egyptenaren. Naast de teksten en afbeeldingen over het hiernamaals en de godenwereld, wordt er op de muren van deze tombe gewerkt, gebeden en gehandeld. We zien vee, priesters die rituelen uitvoeren, dienaren die rijkdommen dragen, handelsdelegaties uit verre landen die exotische planten en dieren brengen, bakkers en beeldhouwers, kappers en boeren: elke centimeter van de stenen muren en plafonds gevuld met tekst en beeld in gekleurd reliëf.

Dit artikel is enkel voor abonnees

Om verder te lezen op poeziekrant.be: