Gedicht
Leg uw hoofd zo in mijn arm
dat van uw voorhoofd naar uw mond mijn blik schuive
over de kam van uw neus
Leg uw hoofd zo
ik leg op uw mond mijn hand
wees rust
Paul van Ostaijen
Peter Verhelst (°1962, Brugge) is een veel gelauwerd auteur van poëzie, romans, novelles, theaterteksten, scripts, en boeken ‘voor jonge lezers’. Hij werkt regelmatig samen met beeldend kunstenaars.

Het (bekende) gedicht hierboven heet ‘Gedicht’ en is van Paul van Ostaijen. Zes regels, geen moeilijke woorden, geen ontwrichte zinnen, geen duistere woordcombinaties, niks cryptisch, geen hermetisch afgesloten doos die een geheim herbergt dat alleen door ingewijden kan worden ontcijferd. Wat gebeurt er in het gedicht – kijk naar het gedicht en het begint te bruisen.
Waarom denken we bij de eerste lezing snel aan een man en een vrouw (en is het de vrouw die haar hoofd op de arm van de man legt)? En wat zegt dat over de meesten van ons? Is het gedicht een bevel? Een verzoek? Een smeekbede? Wordt in het gedicht gefluisterd? Is het donker in de ruimte waar het gedicht zich afspeelt of zitten de twee mensen in het open veld en is het zomer? Zijn ze alleen, of kijkt er iemand toe? Zo ja, zien de twee mensen hem/haar/hen? Is er sprake van ouder en kind? Is er sprake van een piëta? Zijn we in oorlogsgebied beland na een bombardement? Is de ene persoon ziek? Terminaal? Heeft een van de twee om hulp gevraagd? Verregaande hulp? Is het een noodsituatie? Euthanasie? Is het een seksspelletje, een manier om het genot die extra prikkel te geven? Een manier om angst te bezweren – zoals fluiten in het donker/kijken onder je bed? Een manier om pijn te verzachten? Mentale of fysieke pijn? Alle twee? Is er sprake van wanhoop en duurt het minuten voor het hele gedicht uitgesproken kan worden? Hoop? Angst? Troost? Is het zever-in-zakskes? Aanstellerij (doe een keer normaal)? Is de stem kil of warm of onverschillig? Is er liefde voelbaar in of tussen de regels? Is dit een theatertekst en zo ja, hoelang kan zo’n voorstelling dan duren? Is het een filmscène? Waarom worden u en uw gebruikt en niet je en jouw? Het is toch niet religieus mag ik hopen? Kennen die twee elkaar eigenlijk wel of is het een gesprek tussen twee volstrekt vreemden? Is het codetaal bij een transactie van illegale middelen? Of kennen die twee elkaar wel, maar moet er een zekere afstand zijn zoals bij kinesisten, artsen, psychiaters? Is het één grote grap? De stilte voor de storm? Of (zoals op YouTube) die ene seconde voor de dood toeslaat? Is dit een (verbale) verkrachting? Is hier sprake van een male gaze? Tederheid of macht (waarom of?)? Waarom legt die een hand op die mond? Moet er gezwegen worden? Mag niemand hen horen? Moet er opgehouden worden met ademen? Hoe maak je in godsnaam iemand minder angstig door je hand op zijn (m/v/x) mond te leggen – het hoeft natuurlijk geen angst te zijn die de mond gesnoerd wordt. En bijt die andere in de hand? Likt die aan de hand? Of houdt die de lippen naar binnen om de hand zo weinig mogelijk met de lippen aan te raken. Hoe ruikt die hand? Is die hand wel gewassen? En waarmee? Rookt die mens? Die heeft toch geen vis verpakt, hoop ik. Zijn de nagels schoon? Is de hand zacht? Strelend? Nauwelijks de mond aanrakend, of minstens met pudeur, als het ware? Is de sprekende mens hees? Of hoor je het hart in die stem kloppen? Is het wel een stem? Komt die uit een keel of uit een apparaat? Uit het plafond? Is er wel iemand in de kamer die de stem hoort?
Volgens Einstein is verbeelding belangrijker dan kennis, omdat verbeelding de wereld omvat in tegenstelling tot kennis die per definitie beperkt is.
Keats schreef dat verbeelding het klooster was en hij de monnik.
Muhammad Ali zei dat de mens die geen verbeelding heeft, geen vleugels heeft.
Misschien is verbeelding (= onze kracht om fictie te maken) wel onze belangrijkste grondstof. Magritte, Broodthaers, Ensor. Het vermogen de werkelijkheid of de waarneming van de werkelijkheid fundamenteel te veranderen. Misschien is verbeelding wel (samen met chocola en bier) ons beste exportproduct.
Het gedicht van Van Ostaijen bevat zes regels en die regels omvatten een hele roman. Romans. Nee, een leven. Levens.
Als verbeelding de mogelijkheid is om dingen met elkaar te verbinden die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben, dan schept verbeelding de mogelijkheid om mogelijkheden te zien. En dat is precies wat het poëtisch concept is. Wat poëzie is.
We hebben een premier die beweert dat fictie (= verbeelding) er is voor mensen met te veel vrije tijd.